
Prins Bart d'n Ballühtrapper
leest zijn proclamatie.
In het burgerleven is het een rotjong, zegt tie
zelf.
,,Normaal ben ik druk met
balletje trappen. Tegen muren, schuttingen en
ander glaswerk. Dat menigeen zich afvraagt, wie
is die vlerk.''
De prins is ook lief:
,,2 Topdames aan mijn zij, dat maakt mij
blij. Als de bink van mijn klas, ben ik met
carnaval in mijn sas.''
Veel van zijn jeugdige
onderdanen zullen het met de prins eens zijn:
,,Geef mij maar lekker friet. Tijdens de
dolle dagen eet ik al het andere niet.
|